De basis is een klassiek zonnepaneel waarvan de zonnecellen aan de voorzijde het zonlicht deels omzetten in elektriciteit. Aan de achterzijde wordt een dunwandige kunststof warmtewisselaar gemonteerd. Die voert het overige deel zonlicht dat wordt omgezet in warmte, af naar de warmtepomp. Zo goed als de volledige hoeveelheid zonne-energie wordt dus nuttig omgezet: ze produceren gelijktijdig de nodige elektriciteit en de nodige bronwarmte voor de warmtepomp. De warmtepomp staat op zijn beurt in voor de verwarming en het warmwater. Er bestaan 2 installatievarianten. Bij een eenvoudige installatie wordt het veld met PVT warmtepomppanelen rechtsreeks gekoppeld op de bronaansluiting van de warmtepomp. Dergelijke installatie kan verwarmen en warmwater produceren. Door uitbreiding met een regenwaterput met een warmtewisselaar of warmtezuil komt een buffer met lage temperatuur warmte ter beschikking die toelaat dat de warmtepomp tijdens de nacht en winterperiode met hogere aanvoertemperaturen kan werken en tijdens de zomer ook kan koelen.
In een eenvoudige installatie leveren de PVT warmtepomppanelen overdag warmte en elektriciteit voor de warmtepomp. Tijdens de nacht onttrekken de panelen voldoende warmte uit de omgevingslucht. Door het optioneel voorzien van een buffer binnen kan de warmtepomp meer draaien overdag met zonnestroom en hogere brontemperaturen. Dit verhoogt de efficiëntie van het systeem. Wanneer de PVT warmtepomppanelen onvoldoende warmte produceren, neemt de elektrische weerstand van de warmtepomp deels over. Dit gaat echter over een erg beperkt aantal uur per jaar.
Door de koppeling met een regenwaterput kan overdag warmte worden gebufferd die tijdens de nacht en eventueel volgende koudere dagen kan worden benut als hogere aanvoertemperatuur voor de warmtepomp. In de winterperiode zal eventueel vanaf 0°C watertemperatuur in de regenwaterput het water op de warmtewisselaar gaan aanvriezen waardoor een grote hoeveelheid stollings- of latente warmte vrijkomt.